“Mijn liefde voor schrijven heb ik van mijn vader. Hij werd geroemd om zijn handschrift. Ik heb een babyboek waar hij bij alle foto’s bijschriften heeft gemaakt in sierlijke hoofdletters, een schrift dat hij zelf had ontwikkeld. Hij had een vaste hand, hij kon kaarsrecht schrijven zonder lijntjes.
“Later ging ik grafische vormgeving en publiciteit studeren. Ik had geweldige docenten, zoals Jan Vermeulen, die later een prijs won voor zijn omslag van 'Turks Fruit'. Kalligrafie was een verplicht vak, gegeven door de gerenommeerde Alexander Verberne. Dat was een bijzondere man, met een witte haardos en altijd een mao-jasje aan.
“De ietwat gotische letters die ik leerde bij kalligrafie zijn niet praktisch. Dus voor dagelijks gebruik heb ik het gemoderniseerd. Ik ben vormgever geworden en later tekstschrijver. Toen ik een tijdje in Wijchen woonde, viel mijn kalligrafie op bij een ambtenaar. Toen heb ik een poos trouwboekjes voor de gemeente geschreven.
“Ik vind het wel een verarming hoor, dat jonge mensen minder schrijven. Alhoewel ik eerlijk moet zeggen dat de laatste handgeschreven brief voor mij ook al een tijdje geleden is. Ik ben helemaal gedigitaliseerd. Maar iedere dag maak ik nog wel een boodschappenlijstje met de hand. Ik vind het prettig om dingen op te schrijven, ik onthoud dingen dan beter. Een mooi handschrift is een ambacht dat ik niet los wil laten.”